Unregelmäßige Verben im Niederländischen - Statistiken

Allgemein
  • Dieses Quiz wurde 25 mal gespielt
  • Das Durchschnittsergebnis liegt bei 10 aus 20
Antwortstatistiken
Hint Infinitiv, Imperfekt (Sg, Pl), Partizip % Korrekt
halten houden, hield, hielden, gehouden
100%
können kunnen, kon, konden, gekund
100%
essen eten, at, aten, gegeten
83%
dürfen mogen, mocht, mochten, gemogen
80%
laufen lopen, liep, liepen, gelopen
75%
werden (Passiv) worden, werd, werden, geworden
75%
geben geven, gaf, gaven, gegeven
67%
haben hebben, had, hadden, gehad
67%
müssen, sollen moeten, moest, moesten, gemoeten
67%
sein zijn, was, waren, geweest
67%
geben geven, gaf, gaven, gegeven
60%
kaufen kopen, kocht, kochten, gekocht
60%
wissen weten, wist, wisten, geweten
60%
beginnen beginnen, begon, begonnen, begonnen
50%
gehen gaan, ging, gingen, gegaan
50%
kommen komen, kwam, kwamen, gekomen
50%
kriegen krijgen, kreeg, kregen, gekregen
50%
nehmen nemen, nam, namen, genommen
50%
sprechen spreken, sprak, spraken, gesproken
50%
vergessen vergeten, vergat, vergaten, vergeten
50%
wollen willen, wilde, wilden, gewild
50%
sehen zien, zag, zagen, gezien
50%
suchen zoeken, zocht, zochten, gezocht
50%
begreifen begrijpen, begreep, begrepen, begrepen
40%
stehen staan, stond, stonden, gestaan
40%
gucken kijken, keek, keken, gekeken
33%
lassen laten, liet, lieten, gelaten
33%
erschrecken schrikken, schrok, schrokken, geschrokken
33%
schenken schenken, schonk, schonken, geschonken
25%
schließen sluiten, sloot, sloten, gesloten
25%
tun doen, deed, deeden, gedaan
17%
riechen ruiken, rook, roken, geroken
0%
stoppen stoppen, stopte, stopten, gestopt
0%
verlieren verliezen, verloor, verloren, verloren
0%
sagen zeggen, zei, zeiden, gezegd
0%
werden (aktiv) zullen, zou, zouden
0%
schwimmen zwemmen, zwom, zwommen, gezwommen
0%
Keine übereinstimmenden Quizze gefunden
Verteilung der Resultate
Anzahl Personen mit jedem Resultat
Perzentil nach korrekt beantworteten Fragen
Ihre Resultats-Entwicklung
Sie haben dieses Quiz noch nicht gespielt