Dutch: Verbs - Statistics

General Stats
  • This quiz has been taken 58 times
    44 since last reset
  • The average score is 96 of 198
Answer Stats
Hint Answer % Correct
doe
100%
do doen
100%
ga
100%
go gaan
97%
heb
97%
ben
93%
have hebben
93%
kom
93%
be zijn
93%
come komen
90%
wil
90%
want willen
90%
zie
90%
denk
87%
eet
87%
think denken
83%
eat eten
83%
loop
83%
drink
80%
drink drinken
80%
walk lopen
80%
slaap
80%
kan
77%
maak
77%
moet
77%
sleep slapen
77%
werk
77%
work werken
77%
see zien
77%
give geven
73%
help
73%
help helpen
73%
hear horen
73%
be able to kunnen
73%
leer
73%
make maken
73%
to have to moeten
73%
voel
73%
feel voelen
73%
weet
73%
know weten
73%
geef
70%
hoor
70%
kijk
70%
watch kijken
70%
koop
70%
buy kopen
70%
lees
70%
learn leren
70%
read lezen
70%
praat
70%
vind
70%
find vinden
70%
zeg
70%
noem
67%
name noemen
67%
talk praten
67%
write schrijven
67%
speel
67%
play spelen
67%
spreek
67%
speak spreken
67%
say zeggen
67%
stay blijven
63%
take nemen
63%
ren
63%
run rennen
63%
schrijf
63%
vraag
63%
zit
63%
sit zitten
63%
betaal
60%
pay betalen
60%
vlieg
60%
fly vliegen
60%
ask vragen
60%
blijf
57%
neem
57%
open
57%
verkoop
57%
sell verkopen
57%
zoek
57%
search zoeken
57%
houd
53%
hold houden
53%
luister
53%
open openen
53%
sta
53%
stand staan
53%
val
53%
bel
50%
call/ ring bellen
50%
bezoek
50%
visit bezoeken
50%
live leven
50%
listen luisteren
50%
fall vallen
50%
wacht
50%
wait wachten
50%
win
50%
begin
47%
begrijp
47%
haat
47%
hate haten
47%
leef
47%
begin beginnen
43%
understand begrijpen
43%
mag
43%
rijd
43%
drive rijden
43%
volg
43%
follow volgen
43%
win winnen
43%
woon
43%
krijg
40%
get krijgen
40%
lig
40%
lie liggen
40%
mis
40%
miss missen
40%
probeer
40%
try proberen
40%
reis
40%
live wonen
40%
kill doden
37%
dood
37%
gebruik
37%
use gebruiken
37%
lach
37%
laugh lachen
37%
travel reizen
37%
laat
33%
let laten
33%
be allowed to mogen
33%
meet ontmoeten
33%
sluit
33%
close sluiten
33%
vergeef
33%
vergeet
33%
forgive vergeven
33%
breng
30%
bring brengen
30%
heet
30%
to be named heten
30%
love houden van
30%
huil
30%
cry huilen
30%
spring
30%
jump springen
30%
forget vergeten
30%
vertrek
30%
leave vertrekken
30%
geloof
27%
believe geloven
27%
houd van
27%
verlies
27%
lose verliezen
27%
beslis
23%
decide beslissen
23%
groei
20%
grow groeien
20%
oefen
20%
practice oefenen
20%
verander
20%
change veranderen
20%
zorg
20%
care zorgen
20%
bouw
17%
build bouwen
17%
eindig
17%
end eindigen
17%
slaag
17%
succeed slagen
17%
vaar
17%
sail varen
17%
verwacht
17%
expect verwachten
17%
beantwoord
10%
answer beantwoorden
10%
reageer
10%
react reageren
10%
beleef
7%
experience beleven
7%
onthoud
7%
remember onthouden
7%
ontmoot
7%
roep
7%
shout roepen
7%
verplaats
7%
move verplaatsen
7%
beteken
3%
mean betekenen
3%
be born geboren worden
3%
doorloop
0%
continue doorlopen
0%
word geboren
0%
No matching quizzes found
Score Distribution
Percent of People with Each Score
Percentile by Number Answered
Your Score History
You have not taken this quiz since the last reset