Dutch: Verbs - Statistics

General Stats
  • This quiz has been taken 62 times
    48 since last reset
  • The average score is 96 of 198
Answer Stats
Hint Answer % Correct
do doen
100%
doe
97%
ga
97%
heb
97%
ben
94%
go gaan
94%
have hebben
94%
kom
94%
be zijn
94%
come komen
91%
zie
91%
denk
88%
wil
88%
want willen
88%
think denken
85%
eet
85%
eat eten
82%
loop
82%
drink
79%
drink drinken
79%
walk lopen
79%
slaap
79%
see zien
79%
kan
76%
leer
76%
maak
76%
moet
76%
sleep slapen
76%
werk
76%
work werken
76%
give geven
73%
help
73%
help helpen
73%
hear horen
73%
be able to kunnen
73%
learn leren
73%
make maken
73%
to have to moeten
73%
voel
73%
feel voelen
73%
weet
73%
know weten
73%
geef
70%
hoor
70%
kijk
70%
watch kijken
70%
koop
70%
buy kopen
70%
lees
70%
read lezen
70%
praat
70%
vind
70%
find vinden
70%
zeg
70%
noem
67%
name noemen
67%
talk praten
67%
write schrijven
67%
speel
67%
play spelen
67%
spreek
67%
speak spreken
67%
say zeggen
67%
stay blijven
64%
take nemen
64%
ren
64%
run rennen
64%
schrijf
64%
vraag
64%
zit
64%
sit zitten
64%
betaal
61%
pay betalen
61%
vlieg
61%
fly vliegen
61%
ask vragen
61%
blijf
58%
neem
58%
open
58%
zoek
58%
search zoeken
58%
houd
55%
hold houden
55%
open openen
55%
sta
55%
stand staan
55%
val
55%
verkoop
55%
sell verkopen
55%
bel
52%
call/ ring bellen
52%
bezoek
52%
visit bezoeken
52%
live leven
52%
luister
52%
fall vallen
52%
win
52%
begin
48%
haat
48%
hate haten
48%
leef
48%
listen luisteren
48%
wacht
48%
wait wachten
48%
begin beginnen
45%
begrijp
45%
win winnen
45%
understand begrijpen
42%
mag
42%
reis
42%
volg
42%
follow volgen
42%
woon
42%
krijg
39%
get krijgen
39%
lach
39%
laugh lachen
39%
lig
39%
lie liggen
39%
mis
39%
miss missen
39%
probeer
39%
try proberen
39%
travel reizen
39%
rijd
39%
drive rijden
39%
live wonen
39%
kill doden
36%
dood
36%
gebruik
36%
use gebruiken
36%
laat
36%
let laten
36%
sluit
36%
close sluiten
36%
vergeet
36%
breng
33%
bring brengen
33%
be allowed to mogen
33%
meet ontmoeten
33%
spring
33%
jump springen
33%
vergeef
33%
forget vergeten
33%
forgive vergeven
33%
geloof
30%
believe geloven
30%
heet
30%
to be named heten
30%
huil
30%
cry huilen
30%
love houden van
27%
verlies
27%
lose verliezen
27%
vertrek
27%
leave vertrekken
27%
houd van
24%
verander
24%
change veranderen
24%
beslis
21%
decide beslissen
21%
groei
21%
grow groeien
21%
oefen
21%
practice oefenen
21%
zorg
21%
care zorgen
21%
bouw
15%
build bouwen
15%
eindig
15%
end eindigen
15%
slaag
15%
succeed slagen
15%
vaar
15%
sail varen
15%
verwacht
15%
expect verwachten
15%
beantwoord
12%
answer beantwoorden
12%
reageer
12%
react reageren
12%
beleef
6%
experience beleven
6%
onthoud
6%
remember onthouden
6%
ontmoot
6%
roep
6%
shout roepen
6%
verplaats
6%
move verplaatsen
6%
beteken
3%
mean betekenen
3%
be born geboren worden
3%
doorloop
0%
continue doorlopen
0%
word geboren
0%
No matching quizzes found
Score Distribution
Percent of People with Each Score
Percentile by Number Answered
Your Score History
You have not taken this quiz since the last reset