Voc NL Ethiek

Créé par
SaloSaint
Évaluation:
Dernière actualisation : 1 avril 2026
Vous n'avez pas encore tenté ce quiz.
Première soumission1 avril 2026
Nombre de tentatives0
Signaler ce quizSignaler
20:00
Entrez votre réponse ici
0
 / 170 trouvés
Ce quiz a été mis en pause. Vous avez .
Résultats
Votre score est de / = %
Il bat ou égale % des joueurs ont aussi obtenu 100%
Le résultat moyen est
Votre meilleur score est de
Votre temps le plus rapide est
Continuez à faire défiler vers le bas pour obtenir les réponses et plus de stats ...
Hint
Answer
avortement
de abortus
centre pour l’IVG
het abortuscentrum (a)
interrompre (- la grossesse)
afbreken de zwangerschap (brak(en) af, afgebroken)
viable
levensvatbaar
accoucher
bevallen (beviel(en), bevallen)
désapprouver
afkeuren
approuver
goedkeuren
peser (le pour et le contre)
afwegen voor en nadelen (woog/wogen af, afgewogen)
la peur
de angst
semer la peur
angst zaaien
la contraception
de anticonceptie
le moyen de contraception
de anticonceptiemethode (n) = het anticonceptiemiddel (en)
la pauvreté
de armoede
seuil de pauvreté
de armoedegrens (zen)
La politique
het beleid
La politique d’asile
het asielbeleid
évaluer / Juger
beoordelen
limiter, restreindre
beperken (beperkte(n), beperkt)
prendre conscience
beseffen
dommage(s)
de beschadiging (en)
subir des dommages
beschadigingen oplopen (liep(en) op, opgelopen)
endommager; nuire à (ex. trahir la confiance)
beschadigen (het vertrouwen)
dégâts
de schade
nuire à (ex. - la démocratie, l’humanité)
schaden ( de democratie, de mensheid )
honteux
beschamend
la honte
de schaamte
discuter, débattre
bespreken (besprak(en), heeft besproken)
qui a du sens
betekenisvol
le pouvoir, autorité, compétence
de bevoegdheid (heden)
promouvoir
bevorderen
contribuer à (p.ex. le bien-être)
bijdragen aan (het welzijn) (droeg(en) bij, bijgedragen aan)
la déontologie
de deontologie
expulser
deporteren = uitzetten (zette(n) uit, uitgezet)
L’expulsion
de deportatie = het uitzetten
expert
de deskundige (n)
expert par expérience
ervaringsdeskundige
vertu
de deugd (en)
vertueux
deugdzaam
vice
de ondeugd
Le dilemne
het dilemma (‘s)
peine de mort
de doodstraf (fen)
le dopage
de doping
se doper
zich doperen
menacer
dreigen
la menace
de bedreiging (-en)
équité, honnêté
de eerlijkheid
honnête, juste, équitable
eerlijk
l'euthanasie
de euthanasie
se faire euthanasier
geëuthanaseerd worden
décent
fatsoenlijk
Indécent
onfatsoenlijk
le comportement
het gedrag (gedragingen!)
se comporter, se conduire
zich gedragen (gedroeg(en), gedragen)
la santé mentale
de geestelijke gezondheid
l’égalité
de gelijkheid (-heden)
l’inégalité
de ongelijkheid (-heden)
égalitaire
gelijkwaardig
justice, droiture, équité
de gerechtigheid
le sentiment
het gevoel (gevoelens!)
sensible
gevoelig
accoutumance, acclimatation
de gewenning
s’habituer à
wennen aan
conscience
het geweten
prendre une décision en son âme et conscience
een beslissing in eer en geweten nemen (nam(en), genomen)
agir
handelen (handelde(n), gehandeld)
acte, action
de handeling (en) = de daad (daden)
une attitude
de houding (en)
adopter une attitude
een houding aannemen (nam(en) aan, aangenomen)
intégrité
de integriteit
plainte
de klacht (en)
déposer une plainte pénale
een strafrechtelijke klacht indienen (diende(n) in, ingediend)
lanceur d’alerte
de klokkenluider (s)
La vulnérabilité
de kwetsbaarheid (-heden)
vulnérable
kwetsbaar
blesser, vexer
kwetsen (kwetste(n), gekwetst)
mentir
liegen (loog/logen, gelogen)
le mensonge
de leugen (s)
souffrir
lijden (leed/leden, geleden)
souffrir de
lijden onder (een situatie) / lijden aan (een ziekte)
compassion
het mededogen
pitié
het medelijden
opinion, pensée
de meningsuiting (en)
la liberté d’expression
de vrijheid van meningsuiting
courage
de moed
courageux
moedig
la morale
de moraal = de ethiek = de zedenleer
le moral
het moreel = de moraal
proche(s) des victimes
de nabestaande (n)
aspirer à, viser (p.ex. – un but)
nastreven (een doel)
démasquer
ontmaskeren
La révélation
de ontmaskering
Juger
oordelen (oordeelde(n), geoordeeld)
préjugé
het vooroordeel (-delen)
condamner
veroordelen (veroordeelde(n), veroordeeld)
revendiquer
opeisen (eiste(n) op, opgeëist)
publique (adj.)
openbaar
la sécurité publique
de openbare veiligheid
transparence
de openheid
défendre
opkomen voor (kwam(en) op, is opgekomen)
traquer, localiser
opsporen (spoorde(n) op, opgespoord)
la trace
het spoor
accord, harmonie
de overeenstemming (en)
en accord avec, dans le respect de
in overeenstemming met
conviction
de overtuiging (en)
conviction, croyance religieuse
godsdienstige overtuiging
envisager; considérer
overwegen (overwoog, overwogen)
considération, réflexion
de overweging (en)
plaider pour
pleiten voor
devoir
de plicht
protection de la vie privée
de privacywetgeving
manifester, protester
protesteren
la manifestation, la protestation
het protest
justice (morale)
de rechtvaardigheid
juste
rechtvaardig = eerlijk
injustice
de onrechtvaardigheid
injuste
onrechtvaardig = oneerlijk
raisonnable
redelijk
solidarité
de samenhorigheid = de verbondenheid
coopération
de samenwerking
suspendre
schorsen
suspension
de schorsing (en)
victime
het slachtoffer (s)
stigmatisation
het stigma (‘s)
lutter pour, défendre
strijden voor (streed/streden, gestreden) = opkomen voor (kwam(en) op, is opgekomen)
lutter contre, combattre
strijden tegen = (iets) bestrijden (bestreed/bestreden, bestreden)
consentir
toestemmen (stemde(n) toe, toegestemd)
consentement
de toestemming (en)
exploiter
uitbuiten (buitte(n) uit, uitgebuit)
l’exploitation
uitbuiting (de)
détenir
vasthouden (hield(en) vast, vastgehouden)
la détention
detentie (de)
se battre
vechten (vocht(-en); gevochten)
la responsabilité
de verantwoordelijkheid (-heden)
responsable (de)
verantwoordelijk (voor)
justifié, responsable (p.ex. comportement)
verantwoord (gedrag)
irresponsable
onverantwoord
la fortune
het vermogen (s)
inégalité des richesses
de vermogensongelijkheid
humilier
vernederen
humiliation
de vernedering (en)
indignation
de verontwaardiging
confiance
het vertrouwen
confidentialité
de vertrouwelijkheid
confidentiel
vertrouwelijk
éviter
voorkomen (voorkwam(en), voorkomen)
rendre public, divulguer
vrijgeven gaf (gaven) vrij- vrijgegeven)
la publication, divulgation
de vrijgave
valeur
de waarde (n)
la vérité
de waarheid (-heden)
le mensonge
de onwaarheid (heden) = de leugen (-s)
dignité
de waardigheid
la dignité humaine
de menselijke waardigheid
répugnant
walgelijk
bien-être
het welzijn
condition de travail
de werkomstandigheid (heden) = de arbeidsomstandigheid (heden)
la loi
de wet (ten)
légal(ement)
wettelijk = legaal
le délai légal
de wettelijke termijn (en)
volonté
de wil
libre-arbitre, plein gré
de vrije wil
moeurs
de zeden
de bonnes moeurs
van goede zeden
moral
zedelijk = moreel = ethisch
l’estime de soi, l’amour propre
het zelfbeeld
sens
de zin
le fait de donner du sens à
de zingeving
le péché ; vice
de zonde (n)
la grossesse
de zwangerschap (pen)
la grossesse non désirée
de ongewenste zwangerschap
obligation de confidentialité / secret professionne
zwijgplicht
Save Your Stats
Suggestions de quiz
Pouvez-vous nommer les 50 agglomérations urbaines les plus peuplées d'Europe ?
Combien de nombres serez-vous capables de taper en moins de 30 secondes ? Parviendrez-vous à arriver jusqu'à 100 ?
Trouvez ces personnages de fiction dont les prénoms commencent par A, à l'aide d'images.
Nommez n'importe quel pays qui correspond à chaque catégorie sélectionnée. Les réponses changent à chaque fois que vous jouez !
Commentaires
Pas de commentaires