Dutch nouns 2, Man and Mind

Type in the noun in dutch
Quiz by Fastertortoise
Rate:
Last updated: March 10, 2020
First submittedMarch 9, 2020
Times taken8
Average score66.2%
Report this quizReport
6:00
Enter answer here
0
 / 71 guessed
The quiz is paused. You have remaining.
Scoring
You scored / = %
This beats or equals % of test takers also scored 100%
The average score is
Your high score is
Your fastest time is
Keep scrolling down for answers and more stats ...
Hint
 
Answer
birth
de
geboorte
sleep
de
slaap
digestion
de
spijsvertering
breath
de
adem
cough
de
hoest
illness
de
ziekte
injury
de
verwonding
pain
de
pijn
death
de
dood
step
de
stap
grip
de
greep
bite
de
hap
look
de
blik
shout
de
schreeuw
support
de
steun
attention
de
aandacht
care
de
zorg
assistance/help
de
hulp
human
de
mens
people
de
mensen
child
het
kind
baby
de
baby
man, husband
de
man
woman, wife
de
vrouw
girl
het
meisje
boy
de
jongen
friend
de
vriend
person
de
persoon
group
de
groep
brother
de
broer
sister
het
zusje
(nuclear) family
het
gezin
relative
het
familieheid
sense
het
zintuig
sight
het
zien
hearing
het
gehoor
Hint
 
Answer
smell
de
geur
taste
de
smaak
touch
de
aanraking
mind
de
geest
voice
de
stem
feeling
het
gevoel
memory
de
herinnering
laugh
de
lach
smile
de
glimlach
teardrop
de
traan
humour
de
humor
pleasure
het
genoegen
fun
het
plezier
amusement
het
vermaak
comfort/ease
het
gemak
behaviour
het
gedrag
desire
het
verlangen
dislike
de
afkeer
doubt
de
twijfel
interest
de
belangstelling
regret
de
spijt
shame
de
schaamte
love
de
liefde
hate
de
haat
hope
de
hoop
fear
de
vrees
need
de
behoefte
respect
het
respect
impulse
de
opwelling
tendency
de
neiging
purpose
de
bedoeling
goal
het
doel
attempt
de
poging
mistake
de
vergissing
error
de
fout
No comments yet